Religieus Erfgoed Vlaanderen

Startpagina Religieus erfgoed Erfgoed in breedbeeld
Kerstmis in kleur en beeld. Iconografie en kleur in de kersttijd

Het kerstfeest, dat de geboorte van Jezus Christus gedenkt, is in grote delen van de wereld het meest geliefde christelijke feest. De vele gebruiken die we er rond kennen, zijn losgeraakt van de christelijke context en horen als vanzelfsprekend bij de kersttijd. De kersttijd is echter meer dan het feest van Kerstmis, het is een hele cyclus met een typische iconografie en betekenisvolle kleuren.

Erfgoed in breedbeeld
? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ?  

Kleuren vol van betekenis
De liturgische kleding en de aankleding van het kerkgebouw verschillen in kleur naargelang de liturgische tijd van het jaar. Het gebruik van de verschillende kleuren is niet vrijblijvend. Sedert de 16de eeuw is in het missale romanum het gebruik van vijf liturgische kleuren vastgelegd: wit, rood, groen, paars en zwart. Aan elke kleur is een betekenis verbonden.

In de kerstperiode worden vooral paars en wit gebruikt. Wit staat symbool voor macht, vreugde, zuiverheid en onschuld, en wordt gebruikt op de feesten van Christus en van Maria, de engelen, de heiligen en in de paastijd. Wit kan vervangen worden door feestelijk zilver: heel wat kerstgewaden zijn in uitgevoerd in zilveren weefsels. Paars is de kleur van boete en inkeer, en doet vooral dienst tijdens de advent en de vasten. In de advent, maar ook in de vasten, komen op specifieke dagen ook roze gewaden voor. Roze is geen echte liturgische kleur, maar kan beschouwd worden als een verzachte versie van paars. Er zijn maar twee dagen op het jaar waarop deze kleur gedragen kan worden: tijdens gaudete (de derde zondag van de advent) en laetare (de vierde zondag van de vasten). Veel kerken bezitten helemaal geen roze gewaden en gebruiken gewoon paars op deze dagen. Bij feestelijke gelegenheden kunnen alle kleuren, behalve zwart, vervangen worden door goud, dat vooral in de 19de eeuw heel populair was.

De liturgische gewaden
Bij het opdragen van de mis draagt de priester de kazuifel. Bij plechtige missen werd hij bijgestaan door minstens twee anderen, de diaken en subdiaken, gekleed in een eigen type gewaad. De dalmatiek is het gewaad van de diaken, de tuniek dat van de subdiaken. Andere celebranten, dragen een koorkap. In de aankleding van het kerkinterieur is het vooral het antependium, een bekleedsel van het altaar, dat de liturgische kleuren en symbolen van de dag weergeeft.

Het kerkelijk textiel is vaak rijkelijk versierd met prachtig borduurwerk, vaak in goud- of zilverdraad. Ze zijn soms versierd met taferelen die verbonden zijn aan de specifieke periode waarin de gewaden gedragen worden. Zo bestaan er ook prachtige gewaden speciaal voor Kerstmis. Naast de voorgeschreven witte gewaden werden voor belangrijke gelegenheden zoals Kerstmis en Pasen echte feestgewaden gemaakt. Dit zijn rijkelijk versierde kazuifels, dalmatieken en toebehoren met een aangepaste iconografie. Al deze schitterende pracht en praal legt de nadruk op het vreugdevolle karakter en het belang van de viering.

Veel van de oude kazuifels, met fraaie versieringen op de rug, worden sinds het tweede Vaticaans concilie niet meer gebruikt toen de priester de mis ging opdragen met het gezicht naar de gelovigen toe.

De kersttijd: een feestelijk gebeuren
Kerstmis betekent feest. En dan gaat het over méér dan gezellig samenzijn, champagne en cadeautjes onder de kerstboom. De viering rond de geboorte van Christus wordt in de kerk vooraf gegaan door een voorbereidingsperiode en gevolgd door de kersttijd, waarvan de eerste acht dagen het zogeheten kerstoctaaf vormen. De kerstperiode loopt tot de eerste zondag na 6 januari (deze keer is dat 10 januari) en kent na Kerstmis nog twee hoogfeesten: Heilige Maria Moeder van God op 1 januari en Epifanie op 6 januari.

De advent: voorbereidingstijd
Zoals voor Pasen is er ook voor het belangrijke feest van de geboorte van Jezus een voorbereidingstijd. De advent geldt bovendien al eeuwenlang als het begin van het liturgische jaar. Het woord advent komt van het Latijnse 'adventus' dat letterlijk ‘verwachting' betekent. De advent staat in het teken van de verwachting van Christus, die het ‘Licht van de wereld' genoemd wordt. Aan het naderen ervan wordt symbolisch kracht bijgezet door het aansteken van de kaarsen van de adventskrans: elke zondag één meer.

Sinds het einde van de tiende eeuw telt de advent vier zondagen voor Kerstmis. De advent begint op de zondag die het dichtst ligt bij het feest van Sint-Andreas (30 november), ten vroegste op 27 november en ten laatste op 3 december. De adventsperiode heeft haar eigen liturgie waarbij op de vier zondagen aangepaste missen worden gehouden. Er worden teksten gelezen van de profeet Jesaja en teksten die verband houden met Johannes de Doper. Beide profeten voorspelden de komst van Jezus Christus. In de lezingen heeft men vooral aandacht voor de nakende geboorte van Jezus, de Maagd Maria, de herders en de wijzen uit het oosten.

De advent is een periode van bezinning en inkeer. Vandaar de paarse kleur voor de gewaden in deze tijd van het jaar. Op de de derde zondag van de advent is dit anders. Deze dag wordt gaudete genoemd naar het eerste woord van het intredevers: ‘Verheug u altijd in de Heer...'. Het paars van de boetedoening kan dan worden verzacht tot het meer feestelijke roze. Die kleur legt de nadruk op de vreugde over de komst van Christus, die steeds dichterbij komt.

De maagd Maria staat tijdens de vieringen van de advent en kerst centraal. Zij is in zekere zin de schakel of het medium tussen het goddelijke en de mensheid. Tijdens de advent staan een aantal vieringen helemaal in het licht van de Moedermaagd. Roratemissen, votiefmissen ter ere van Maria, werden oorspronkelijk gevierd op de zaterdagen van de advent, maar gaandeweg ook op de andere weekdagen van de advent. Deze missen waren erg geliefd en sloten nauw aan bij het volksgeloof. Momenteel worden ze op veel plaatsen gevierd op de vierde zondag van de advent. Tijdens de ‘gulden mis', de mis van quatertemperwoensdag (de derde woensdag) in de advent, werd de boodschap van de engel aan Maria en haar blijde verwachting gevierd. Hierbij werd soms een duif neergelaten vanuit het gewelf, of zelfs een beeld van de engel Gabriël.

Tussendoor valt natuurlijk ook het feest van de heilige Nicolaas op 6 december in de advent. Op 8 december vieren we het feest van de onbevlekte ontvangenis van Maria, waarbij wordt herdacht dat ze ter wereld zou gekomen zijn zonder door de erfzonde te zijn bevlekt. In veel landen is dit trouwens een vrije dag.

Kerst
Kerstmis is na Pasen en het mysterie van de verrijzenis de belangrijkste gebeurtenis in het Nieuwe Testament. De traditie van Kerstmis vieren bestaat al heel lang. De oudste bronnen gaan terug tot de vierde eeuw na Christus. Ook de datum van 25 december wordt voor het eerst vermeld in de eerste helft van de vierde eeuw. Volgens een bekende theorie zou die datumkeuze te maken hebben met de kerstening van heidense gebruiken rond het wintersolstitium, de kortste dag van het jaar. 25 december is ook exact negen maanden na 25 maart, wat wordt beschouwd als zowel Christus' sterfdatum als de datum van zijn conceptie.

Zoals gezegd worden de paarse gewaden bij de erediensten op Kerstmis vervangen door witte (of zilveren). Ze worden gebruikt tot de week na Kerstmis, tijdens het zogenaamde octaaf van Kerstmis.

Het kerstverhaal in beeld
De geboorte van Christus is een van de meest geliefde thema's in de West-Europese kunst. De inspiratie vond men in de verhalen uit het Lucas- en Matteüsevangelie. Ook gewaden werden versierd met voorstellingen rond Kerstmis.

Vanaf de late middeleeuwen wordt de Geboorte voorgesteld in een stal van planken, balken en riet, gebouwd binnen de ruïnes van het paleis van David. Het Kind ligt in de kribbe tussen de os en de ezel, terwijl Maria bij de pasgeborene knielt en Jozef wat terzijde staat, vaak met een brandende lantaarn. Door de engelen geleid komen de herders binnen, met een lam in de armen. Later zijn er voorstellingen waarbij Maria het Kind aan de herders toont. De stal wordt verder ook bevolkt door engelen en putti.

De os en de ezel symboliseren degenen die Christus erkennen: de os staat voor de joden, de ezel voor de heidenen. Het beeld van het kerststalletje is sterk beïnvloed door Franciscus van Assisi, die in 1223 het gebeuren nabootste met een levende kerststal, met daarin een kribbe, Maria, Jozef en de beesten. Zo werd de herinnering opgeroepen aan het weerloze kind dat in erbarmelijke omstandigheden ter wereld kwam. De nachtelijke geboorte werd zo een toonbeeld van goddelijke nederigheid. Een winters feest en een weerloos kind: samen gaven die elementen aan Kerstmis een onmiskenbaar pittoreske kwaliteit. Daarbij brengt kerstmis ook een sterke boodschap van (wereld)vrede, zelfs op politiek vlak. Het is dan ook niet te verwonderen dat het feest iedereen blijft aanspreken.

Het kerstoctaaf
Buiten Pasen heeft enkel kerstmis nog een liturgische feestweek of octaaf, waarin er verschillende kerkelijke feestdagen zijn. Zo is 26 december gewijd aan de heilige Stefanus, de eerste martelaar van de kerk. Dit gegeven staat in schril contrast met het lieflijke van de geboorte, net als de kindermoord in Betlehem, die wordt herdacht op 28 december en bekend staat als de dag van de onnozele of onschuldige kinderen. Tijdens deze vieringen, waarin martelaren van de kerk centraal staan, worden de voor het overige witte gewaden van het octaaf, vervangen door rode. Rood is de kleur van het lijden, maar ook van het vuur van de Heilige Geest. Op 27 december werd ook de evangelist Johannes gevierd. Op deze dag wordt gewoon wit gedragen.

Heilige Familie
Op de zondag na Kerstmis viert men het feest van de Heilige familie. In deze viering komt om de drie jaar het verhaal van de Vlucht naar Egypte aan bod. Een ander verhaal is dat van de vinding van Jezus in de tempel: op twaalfjarige leeftijd vonden zijn ouders Hem na drie dagen zoeken terug in de tempel, waar Hij te midden van leraren zat. De Heilige Familie was een gegeven dat in de 19de eeuw erg populair werd. Het thema is dan ook meermaals op religieuze gewaden te vinden.

Nieuwjaar: hoogfeest van de Heilige Maria, Moeder van God en feest van de Zoete naam Jezus
De achtste dag van het octaaf is 1 januari. Nieuwjaar, een in oorsprong heidens feest, werd binnen het christendom een Mariafeestdag, het hoogfeest van de Moeder Gods. In de joodse traditie werd een jongetje op de achtste dag na zijn geboorte besneden en kreeg hij een naam. Het is dus ook het feest van de naamgeving en besnijdenis van Jezus, ook wel het feest van de ‘Zoete naam Jezus' genoemd.

Driekoningen / Epifanie
Twaalf dagen na kerst, op 6 januari, vieren we Driekoningen. De officiele naam van Driekoningen is Epifanie, het feest van de verschijning van Christus (aan de wijzen), het openbaar worden van zijn goddelijkheid. In de Bijbel is het verhaal van de wijzen die hulde kwamen brengen aan Christus terug te vinden bij Matteüs. Vanaf de zesde eeuw werden ze koningen genoemd en kregen ze ook namen: Caspar, Melchior en Balthasar. In de middeleeuwen stelde men ze voor als vertegenwoordigers van de verschillende werelddelen. Zo werd Caspar bijvoorbeeld een zwarte koning. Ook stellen ze mannen voor in de verschillende levensfasen: Caspar is een jonge man, Balthasar in de kracht van zijn leven, en Melchior een grijsaard. Kortom, wat in de stal gebeurde had betekenis voor iedereen, jong of oud, van dichtbij of uit verre landen. In de katholieke liturgie wordt het feest van Driekoningen gevierd op de zondag die het dichtst bij 6 januari ligt, in 2009 dus op zondag 3 januari.

 

Wil je meer weten over de verschillende gebruiken, tradities en rituelen rond Kerstmis? Dan is een bezoekje aan het Museum Abdij van Park te Heverlee een aanrader. Daar loopt tot en met 10 januari 2010 de tijdelijke tentoonstelling 'Kerstmis, het wonder en het feest'.




Identificatie
©2010 CRKC en ICOLEIS | Colofon