Religieus Erfgoed Vlaanderen

Startpagina Religieus erfgoed Erfgoed in breedbeeld
Topstukken in de monumentale kerken van Antwerpen

In de vijf monumentale kerken die Antwerpen rijk is, hangen zo'n tweeën­twintig schilderijen die reeds opgenomen zijn op de lijst van het Topstukkendecreet. Recent kwam daar nog een bijzonder rijke collectie tekeningen bij uit de verzameling van de Sint-Carolus Borromeuskerk, met ontwerptekeningen voor het kerkgebouw en decoratieve elementen, sommigen van de hand van Peter Paul Rubens.

Erfgoed in breedbeeld
? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ? ?  

Rubens in de Monumentale Kerken Antwerpen

Zal het u verwonderen dat het grootste aantal Rubens' schilderijen in Antwerpen zich op hun oorspronkelijke plaats in de Antwerpse monumentale kerken bevindt? Vier in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, twee in de Sint-Pauluskerk en eentje in de Sint-Jacobskerk, in de eigen grafkapel van de grootmeester van de barok.

Het vroegste stuk is Het dispuut over de Eucharistie, een altaarstuk dat Rubens kort na zijn terugkomst uit Italië, omstreeks 1609, schilderde voor de Sint-Pauluskerk van de dominicanen. Het onderwerp is de erkenning door theologen van de leer van de transsubstantiatie of de verandering van brood en wijn in het lichaam en bloed van Christus. Een groep heiligen, monniken en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders zijn symmetrisch opgesteld rond een altaar met daarop de monstrans met de H. Hostie. Daarboven zijn God de Vader en de Heilige Geest voorgesteld. Rond hen zweven zes putti; in hun handen houden ze open boeken met duidelijk leesbare teksten die handelen over de transsubstantiatie.

Op de voorgrond staan de vier Latijnse kerkvaders: links de gemijterde bisschoppen Augustinus en Ambrosius, rechts paus Gregorius de Grote en Hiëronymus. De man met de langere baard is waarschijnlijk de H. Paulus, de patroonheilige van de kerk. De vier figuren die op het tweede plan over de eucharistie discussiëren, zijn niet te identificeren. Links van het altaar zit de H. Thomas van Aquino - met een zon op de borst - en naast hem paus Urbanus IV, die het feest van Corpus Christi instelde. Achter het altaar staan links de H. Dominicus en Bonaventura en rechts de evangelisten Mattheus, Lucas en Johannes. Behalve enkele niet te identificeren bisschoppen herkennen we ook de heilige Juliana van Cornillon en Jean van Luik, die in de 13e eeuw aan de oorsprong lagen van Sacramentsdag.

Het schilderij werd besteld door de Broederschap van de Zoete Naam Jezus voor haar altaar. Een van haar meest vooraanstaande leden was Cornelis van der Geest. Misschien speelde hij een rol bij het toekennen van de opdracht aan Rubens.

In de jaren 1654-58 werd het oorspronkelijke uitzicht van het altaar grondig gewijzigd toen Peter I Verbruggen een nieuw Venerabelaltaar bouwde naar het voorbeeld van het Rozenkransaltaar. Het grote paneel veranderde daarbij van formaat. Bovendien verdwenen de twee predellastukken met voorstellingen van Mozes en Aäron, die oorspronkelijk onder het schilderij waren aangebracht. De keuze van de twee figuren is gebaseerd op Exodus 16:32-34: Mozes vraagt Aäron om het overschot aan manna, het brood dat uit de hemel viel, in het tabernakel te bewaren, wat geldt als voorafbeelding van de eucharistie.

In 1794 werd het schilderij door de Fransen uit de kerk ontvreemd en overgebracht naar Parijs; na een afwezigheid van 21 jaar keerde het in 1815 terug.

De vijftien Mysteries van de Rozenkrans (1617)

De broederschap van de Rozenkrans werd door de Antwerpse dominicanen opgericht ter gelegen­heid van de zeeslag van Lepanto, waarbij de katho­lieke vloot op 7 oktober 1571 de zege behaalde op de Turken. Deze over­winning was te danken aan het bidden van het rozenkransgebed, een initiatief van de domi­nicanerpaus Pius V. Dit verklaart waarom de dominicanen een bijzondere voorliefde verto­nen voor de Rozenkrans, die ook in het Ant­werpse dominicanenklooster alom uitgebeeld werd: op schilderijen, beelden, reliëfs, en vooral op de lambriseringen van de biechtstoelen. De broe­derschap bestaat nog steeds, en schonk door de eeuwen heen meerdere kunstwer­ken aan de St.-Pauluskerk, onder meer vier doeken over de slag van Lepanto door Jan Peeters in 1671, en vier glas­ramen door Marc de Groot in 1971.

Omstreeks 1617 besliste de Broederschap van Onze-Lieve-Vrouw van de Rozenkrans om een indrukwekkende reeks van vijftien schilderijen te laten maken voor de noordelijke zijbeuk van de dominicanenkerk. Elk paneel zou betaald worden door een of meer leden van de Broederschap. De opdracht werd verstrekt aan elf van de beste schilders uit Antwerpen, waaronder Hendrik van Balen, Frans II Francken, Cornelis de Vos, David I Teniers, Peter Paul Rubens, Antoon van Dyck en Jacob Jordaens. De vijftien schilderijen zijn als reeks opgenomen op de lijst van eht Topstukkendecreet.

Jordaens in de Sint-Jacobskerk

De roeping van Sint‑Petrus, een vrij groot doek, was niet bedoeld als altaarstuk maar eerder als schouwstuk in een privé-woning. Pas in 1844 werd het aan de Sint-Jakobskerk geschonken door een parochiaan. Typerend voor Jordaens is het lage standpunt, het blauw-gele en incarnaat coloriet en het clair-obscur van Caravaggio, ook al is het hier minder fel uitgewerkt, net als de krachtige koppen die hij vooral in het begin van zijn loopbaan in zijn composities dicht opeen plaatst.

Petrus vormt het middelpunt van het schilderij, zowel compositorisch als psychologisch. Te midden van zijn professionele activiteiten als visser wordt Petrus door Christus aan­gesproken. Jezus kijkt hem recht in de ogen; een groepje omstaanders vormt er een kring rond hen. Op de vissersboot, links op de achtergrond, is nog één figuur drukdoende bezig, terwijl de apostelen in spe en hun familie en bootsmaats die net van de visvangst terugkeerden, rond Petrus geschaard zijn. Aan een houtvuur, in de rechterbenedenhoek, is iemand zijn sokken aan het drogen! De vangst wordt beperkt in beeld gebracht: een reuzevis in Petrus' beide handen en enkele vissen vóór hem op de grond.

De figuur naast Jezus en bovendien onderscheiden door zijn nette kledij en zijn serene houding, kijkt als een geestesgenoot van Jezus mee in de richting van Petrus. Het is Petrus' broer Andreas, die Jezus reeds gevolgd was (v.35-40) en - zo kan men stellen - zijn vissersberoep reeds achter zich gelaten had. Hij is het die volgens het Johannesevangelie bemiddeld heeft om dit contact tussen Jezus en zijn broer tot stand te brengen (v.41-42). Men zou denken dat hij afwacht hoe zijn broer zou reageren op de Messias, of is hij hier eerder verwonderd over Jezus' bijzondere boodschap voor zijn broer?

Rubens' grafkapel

Het parcours eindigt aan het graf van Rubens. Op het altaar staat De Madonna met Kind, omringd door andere heiligen. Enkele dagen voor zijn dood drukte Rubens de wens uit dat dit schilderij zijn graf zou sieren, hoewel het er niet voor bedoeld was. Over de opdrachtgever van dit zeer late werk is niets bekend, noch waarom het nooit werd afgeleverd. Onze‑Lieve‑Vrouw is gezeten op een marmeren bank voor een met loof begroeid portiek, terwijl ze door enkele cherubijntjes met een bloemenkrans gekroond wordt. Zelf fungeert zij mee als troon voor haar Zoontje. Het guitige Jesuskind op haar schoot kijkt lachend op naar zijn moeder en strekt speels de handjes uit naar de onbekende bisschop, die neerknielt. Achter hem staat Maria‑Magdalena, herkenbaar aan het loshangend haar, de ontblootte borst en schouder, en het balsemkruikje in de hand, vergezeld door nog twee heilige vrouwen. Helemaal links treedt de heilige Joris, in volle wapenuitrusting en met een rode banier in de hand, triomfantelijk nader, met aan zijn voeten het gespieste kadaver van de overwonnen draak. Rechts knielt de ascetische kerkvader Hiëronymus, enkel gekleed met een kardinaalsrode draperie rond de lenden, op zijn attributieve leeuw. Met moeite houdt hij, gesteund door een dartel engeltje, een zware bundel folianten op de schoot: de ‘vulgaat', d.i. de bijbel die hij in de Latijnse volkstaal vertaald heeft, terwijl hij in zijn opgeheven rechterarm een banderol ontvouwt. Omkijkend zoekt hij oogcontact met de toeschouwer in de hoop ook u in de intimiteit van deze ‘heiligenconversatie' te laten doordringen.

Lijst van de topstukken

Onze-Lieve-Vrouwekathedraal

  • Peter Paul Rubens, De Kruisoprichting, 1609-1610, drieluik, olieverf op paneel
  • Peter Paul Rubens, De Kruisafneming, altaarstuk van de Kolveniers, 1611-1614, drieluik, olieverf op paneel
  • Peter Paul Rubens, De Verrijzenis van Christus, epitaafdrieluik van Jan Moretus en Martina Plantin, 1611-1612, olieverf op paneel
  • Peter Paul Rubens, De Tenhemelopneming van Maria, 1625-1626, olieverf op paneel

Sint-Pauluskerk

  • Peter Paul Rubens, Disputa van het Heilig Sacrament, ca. 1609, olieverf op paneel, 377 x 246 cm
  • Reeks van 15 schilderijen: De vijftien Mysteries van de Rozenkrans, ca. 1617, olieverf op paneel

Sint-Jacobskerk

  • Peter Paul Rubens, De Madonna met Kind, omringd door andere heiligen, 1638-1639, olieverf op paneel, 220 x 193 cm
  • Jacob Jordaens, De aanstelling van Petrus als opperherder van de Kerk, ca. 1616-1617, olieverf op doek

Bron : Monumentale Kerken Antwerpen vzw

Meer erfgoed in breedbeeld

Het thema-archief van deze website vind je hier.




Identificatie
©2010 CRKC en ICOLEIS | Colofon