CRKC Databank
Detail object

schilderij

Plaats: Antwerpen
Datum: 1611-1612
Aantal exemplaren: 1
Aantal onderdelen: 3
Beschrijving/iconografie: Rubens schilderde dit drieluik in 1611-1612 voor het epitaaf van Jan Moretus († 1610) en zijn echtgenote Martina Plantin († 1616) die hem deze opdracht gaf. In 1612 betaalde hun zoon, Balthasar II Moretus, 600 gulden aan de kunstenaar. De schrijnwerker Otmaer van Ommen leverde een rijk geornamenteerde omkadering voor het epitaaf, dat opgericht werd in de kooromgang, tegenover de toenmalige Sint-Barbarakapel (momenteel de kapel van Onze-Lieve-Vrouw van de Vrede). De patroonheiligen van het echtpaar Moretus-Plantin, Johannes de Doper en de Heilige Martina, zijn ten voeten uit op de zijpanelen voorgesteld. Johannes de Doper draagt een kameelharen boetekleed en staat aan de oever van de Jordaan. Aan zijn voeten ligt een zwaard, een allusie op zijn marteldood. Helena heeft een palmtak in haar linkerhand; achter haar is de ruïne van de Apollotempel zichtbaar, die volgens de legende instortte toen zij een kruisteken maakte. Op het centrale paneel stapt de verrezen Christus triomfantelijk uit het rotsgraf. De verbijsterde soldaten rond hem deinzen achteruit om weg te vluchten. Het thema van de verrijzenis voor epitaafschilderijen kwam al in de 16de eeuw voor in de Zuidelijke Nederlanden. Rubens' interpretatie van het thema is mogelijk schatplichtig aan Italiaanse voorbeelden. Alleszins heeft de kunstenaar verschillende reminiscenties aan de klassieke oudheid geïntroduceerd. De uitbeeldingen van Martina en van Christus gaan terug op sculpturen uit die periode. Dat geldt ook voor de engelen die op de buitenzijde van de zijluiken op het punt staan de deurvleugels achter hen te openen. Dit motief heeft Rubens ontleend aan een grafaltaar uit de 1ste eeuw na Christus dat hij tijdens zijn verblijf in de collectie Mattei gezien had (momenteel Rome, Vaticaan). Op dit funeraire monument zijn twee Victories voorgesteld die de poort van de Hades openen. Rubens heeft dit gegeven een christelijke inhoud gegeven: het alludeert op de Verrijzenis, die op de binnenzijde van het drieluik getoond wordt. Bovenaan het epitaaf prijkte een medaillonportret van Jan Moretus, eveneens door Rubens geschilderd. Waarschijnlijk verdween het uit de kathedraal in 1794. Toen werd ook de verrijzenis van Christus verwijderd en naar Parijs gezonden. De zijluiken bleven in Antwerpen; ze werden in bewaring gegeven aan een lid van de familie Moretus. Het middenpaneel keerde in 1816 terug, maar het portret bleef spoorloos. Toen het epitaaf in 1820 werd heropgericht, leverde Willem Herreyns een nieuw portret. Een zekere François Mariën verklaarde in 1916-1919 dat hij het origineel bezat en dat het afkomstig was uit de geveilde kunstcollectie van schilder Pierre Antoine Verlinde.
Vervaardiger: Rubens, Peter Paul (1577-1640) | AAT/RKD: 68737
Période: 1600-1624 | Omschrijving: 1600-1624 | Opmerking: eerste kwart 17de eeuw
Stijl: barok | AATtermnummer: 21147
Materiaal: eikenhout
Techniek: schilderen
Afmeting: diepte cm, diameter cm, hoogte 139 cm


©2007 CRKC en ICT / ISCAM Production | Colofon