|
||||||||||
![]() ![]() |
Maria door Vlaanderen gedragen
Meimaand is Mariamaand. Mariabeelden worden massaal klaargemaakt voor de Mariaprocessies en mogen weer even hun vertrouwde bergplaats in de kerk, kapel of gebedsruimte verlaten. De verering van Maria leeft! Hoe komt het toch dat haar devotie de tijd doorstaat en dat zij nog steeds in al haar glorie en onder grote belangstelling langs Vlaamse wegen wordt gedragen? Erfgoed in breedbeeld Een Mariaprocessie, wat is dat? Een processie is een godsdienstige plechtigheid, in de vorm van een optocht van geestelijken en gelovigen, die meestal plaats vindt ter ere van een heilige. Mariaprocessies zijn een erg populair voorbeeld, opgebouwd rond de figuur van Maria, die een bijzondere plaats inneemt in het christelijk geloof. Niet enkel is Maria de moeder van Jezus Christus, ze wordt ook beschouwd als de moeder van alle gelovigen, die de aardse taal begrijpt en op die manier bemiddelt tussen het volk en God, als een voorspreekster. Dat maakt Maria toegankelijker dan haar zoon en verklaart haar populariteit en ook die van de Mariaprocessies. De opkomst van de Mariaprocessies valt samen met de opkomst van de Mariadevotie. Sindsdien worden ook steeds meer verschijningen van Maria vastgesteld. Dat de Mariaverering niet plaatsgebonden is, bewijzen de vele verschillende gebedstochten, ommegangen, processies en stoeten in Vlaanderen waarin relieken van Maria worden meegedragen. Om er maar enkele te noemen: de Mariastoet van Halle op Pinksterzondag, de Boeteprocessie van Kampenhout ter ere van Onze-Lieve-Vrouw op de Tweede Pinksterdag, de Mariale Processie van Lede ter ere van Onze-Lieve-Vrouw van Zeven Weeën, de zevenjaarlijkse Kroningsfeesten van Tongeren... Van moedergodin tot Maria De Mariadevotie kan gelinkt worden aan de eeuwenoude en wijd verspreide verering van de moedergodin vanaf de prehistorie tot vandaag. De moedergodin wordt traditioneel in verband gebracht met de groei van alle leven. Het is dan ook niet verwonderlijk dat reeds bij de eerste christenen de moeder van Christus een belangrijke plaats innam. Ze werd beschouwd als de Moeder Gods. De Mariadevotie werd pas officieel erkend dankzij het Concilie van Efeze in 431. Tijdens de Middeleeuwen kende de Mariaverering een grote bloei door de invoering van het rozenkransgebed, dat zou leiden naar een dieper geloof. Het gebed is ook bedoeld om Maria om hulp te vragen of om haar te bedanken. De eenvoud van het gebed maakt de kracht ervan uit. Opzij, opzij, opzij De volksdevotie rond Maria wordt in Vlaanderen op verschillende manieren door de gelovigen beleefd. Enerzijds zijn er de stoeten en processies waarbij de gelovigen aandachtige toeschouwers zijn en zo even stilstaan bij de betekenis van Maria en de geëvoceerde taferelen. Anderzijds zijn er de talrijke gebedstochten en kaarsenprocessies waarin de gelovigen mee opstappen achter het Mariabeeld en zo actief hun persoonlijke intenties verwoorden in gebed en samenzang. In een processie worden verschillende objecten of voorwerpen meegedragen, die onder de noemer processieattributen kunnen worden samengevat. Zo zijn er de processiebeelden die de heiligen voorstellen die op die dag worden vereerd en die speciaal voor een bepaalde processie worden gemaakt, soms met bijbehorende beeldkleding. Bij een Mariaprocessie hoort een aangekleed (staak)beeld van Maria met kind Jezus op de arm. Het beeld wordt gedragen op een draagbaar, voorzien van een beschermend baldakijn. Wanneer het baldakijn en de draagbaar één geheel vormen, spreekt men van een processietroon. Het baldakijn kan rijkelijk versierd zijn, net als de kledij van het beeld, dat meestal bestaat uit een witte zijden jurk, een wijde blauwe fluwelen mantel en een kanten sluier. Het beeld wordt ook gedecoreerd met enkele sieraden en waardigheidstekenen. Maria draagt een bladkroon, een scepter, een paternoster en talrijke juwelen geschonken door parochianen (oorringen, broches, halskettingen met een kruisje...). Het Jezuskindje draagt twee machtssymbolen: een beugelkroon en een rijksappel. Getooid met die prachtige kledij en schitterende juwelen volgt het beeld, getorst door de sterke schouders van de beelddragers nog steeds hetzelfde parcours als eeuwen geleden. Het processiebaldakijn wordt omringd door geestelijken, misdienaars en figuranten elk met hun eigen gewaden of processiekledij. Leden van broederschappen of verenigingen dragen processievaandels of schilden mee, voorzien van herkenningstekens of symbolen. Muzikanten luisteren het hele gebeuren op met een processiemars in een traag tempo. Een optocht met een Mariabeeld is dus meer dan een stukje toneel op straat. Het is naast folklore en traditie ook een uiting van volksdevotie, religie, geloof en vertrouwen in Maria. Het behouden en verder ontsluiten van dit religieus erfgoed is in dit opzicht voor de christelijke gemeenschap van groot belang. Maria wordt door Vlaanderen gedragen ... Meer erfgoed in breedbeeld Het thema-archief van deze website vind je hier. |
|||||||||
|
Identificatie |
©2010 CRKC en ICOLEIS | Colofon | |||||||||