Tandpijn, hoofdpijn, keelpijn, puisten, maar ook psychische aandoeningen, besmettelijke ziekten... voor elke kwaal heeft de Kerk zijn heilige. Het aanroepen van heiligen om genezing te verkrijgen, heeft een lange traditie. Hoewel deze vorm van volksdevotie stilaan verdwijnt, vind je er hier en daar nog sporen van terug. Waarom worden zoveel ziekenhuizen naar Elisabeth genoemd, of waarom noemen we een bepaalde huidziekte ‘katrienerad' of ‘katrienewiel'? Nu in het Sint-Janshospitaal in Brugge de tentoonstelling 'Van chirurgijns tot pestheiligen' loopt, over ziek zijn in Brugge in de 16de en 17de eeuw, zetten we dit thema graag nog eens in de kijker.
Erfgoed in breedbeeld















Wonderdokters
Bij wie kan de zieke mens terecht? Vandaag gaan we voor een aanhoudende hoest, koorts of voor een ander symptoom naar de huisdokter, maar vroeger was dat niet zo evident. Een geleerde dokter was voor de gewone man niet te betalen. Voor de democratisering van de algemene geneeskunde in de 20ste eeuw was het geloof een constante in de bestrijding van ziekten en andere lichamelijke ongemakken. Naast het raadplegen van kwakzalvers, barbier-chirurgijns, het gebruik van volksmagie of het innemen van kruiden, kon men altijd rekenen op de Kerk. De hulp van heiligen werd ingeroepen om een bepaalde kwaal te genezen.
Tandpijn, hoofdpijn, keelpijn, veeziekten, oogkwalen, schurft, zweren en builen, stuipen, kinderziekten... voor elke aandoening is er wel een geschikte heilige. Misschien lijken dit op het eerste gezicht geen levensbedreigende ziekten, maar je mag niet vergeten dat de geneeskunde pas in de 19de eeuw een snelle vooruitgang boekt. Aspirine ©, Dafalgan © of Nurofen © waren nog niet voorhanden. Efficiënte verdoving bestond nog niet en van gesteriliseerde instrumenten was geen sprake. Een simpele ontsteking van een wijsheidstand kon dodelijk zijn. Begrijpelijk dat de mensen hun toevlucht namen tot talrijke heiligen. Ook nu nog bidden zieke mensen tot heiligen, of gaan ze op bedevaart, in de hoop op genezing. Denk maar aan Damiaan, die niet alleen door leprapatiënten, maar ook door aidspatiënten om hulp wordt gevraagd en als hun patroon wordt beschouwd.
Ieder zijn specialiteit...
Sommige heiligen hebben zo hun specialiteit en die is meestal analoog aan de manier van sterven of de martelingen waaraan hij of zij onderworpen was. Een heilige die onthoofd is, kan hoofdpijn wegnemen; een heilige die gestorven is door wurging kan aangeroepen worden tegen keelpijn; een heilige wiens ogen zijn uitgestoken, kan soelaas brengen bij een oogziekte. Soms kan de naam van de heilige al voldoende aanleiding zijn om een specifieke ziekte te genezen. Zo zou de heilige Rosa goed zijn tegen roos. Andere heiligen genazen tijdens hun leven een bepaalde kwaal en doen dat ook nog na hun dood. Of ze herstelden zelf op wonderbaarlijke wijze van een ziekte.
Om hun hulp in te roepen, onderneemt de zieke een bedevaart naar een kerk, kapel of bedevaartsoord verbonden aan een geneesheilige. Vaak gaat het om plaatsen waar relieken worden bewaard, waar een heilige gestorven is, of waar een beeltenis staat. De wonderlijke kracht van een heilige is immers rechtstreeks verbonden met zijn relieken.
Bij een bedevaart werden relikwieën aangeraakt en soms bedegaven of votieven geofferd. Later vervingen de ex-voto's de natuurgaven. Lichaamsdelen in was, ijzer of zilver werden aan een heilige geschonken als dank voor de genezing. Zelfs krukken komen voor als een soort gelofteoffer. Ook werden gewijde zaken mee naar huis genomen, zoals wijwater, bidprentjes of vaantjes, zodat de helende werking van de heilige ook thuis zou doorwerken.
... en ieder zijn attribuut
Elke heilige is min of meer te identificeren aan de hand van het attribuut dat hij of zij bij zich draagt: dieren of figuren met een speciale betekenis of een object met een symbolische waarde. Zo wordt Sint-Sebastiaan steevast met pijlen afgebeeld. Hij overleefde zijn marteling waarbij hij met pijlen doorboord werd, maar werd later alsnog doodgeknuppeld. Heilige Lucia, aangeroepen tegen keelpijn, heeft de dolk door haar hals te danken aan haar marteldood. Typische symbolen voor het martelaarschap zijn: een palmtak, een zwaard of een kroon.
Een uitstervend ras
In de tweede helft van de 20ste eeuw sterft dit aspect van volksdevotie langzaam uit. Ten eerste door het geloof dat een neergang kent, maar ook door de evolutie van farmacie en geneeskunde. Bedevaartsoorden en heiligen bestaan nog steeds, maar hun populariteit is drastisch gedaald. De wellnesstempels, de dieetgoeroes, zelfhulpboeken en populaire tv-psychologen zijn misschien de nieuwe vormen van volksdevotie.
Enkele geneesheiligen
Dymphna van Geel
Iedereen kent de stad Geel wel, die bekend is omwille van haar uniek systeem van verzorging en opvang van geesteszieken. Dymphna is dan ook de patroonheilige van de stad en van de krankzinnigen of zinnelozen. Hoe kwam zij aan deze titel?
Dymphna is een middeleeuwse heilige. Vermoedelijk werd zij geboren in de 7de eeuw en was ze van Engelse of Ierse adel. Het verhaal van haar leven bezit weinig historische betrouwbaarheid en berust waarschijnlijk op legendes. Volgens die legende vatte Dymphna's vader het duivelse plan op om met zijn dochter te trouwen, nadat zijn vrouw gestorven was. Dymphna was als Ierse koningsdochter christelijk opgevoed door haar moeder, een vrome christen, maar haar vader deelde het geloof niet. Dymphna besloot samen met haar biechtvader te vluchten om aan de plannen van haar vader te ontsnappen. Ze kwamen in de stad Geel terecht en hielpen er de mensen. Haar vader vond hen echter terug en doodde zijn dochter in een vlaag van krankzinnigheid.
Heilige Dymphna wordt voorgesteld als een prinses met prachtige, gedeeltelijk hermelijnen gewaden en een kroon op het hoofd. Ze houdt een zwaard vast waarvan de punt in de nek van een duivelsfiguur prikt die aan haar voeten ligt. De duivel symboliseert haar vader en zijn duivelse bezetenheid. Vaak zijn attributen van beelden, gemaakt van edele materialen zoals zilver of goud, echter verdwenen.
Rochus van Montpellier
Uw specialist tegen de pest en besmettelijke ziekten, zweren, schurft en puisten. In feite is hij nog altijd niet officieel heilig verklaard, hoewel hij al eeuwen als heilige vereerd wordt. Rochus was afkomstig uit Montpellier, Frankrijk, geboren op het einde van de 13de eeuw en gestorven in 1327. Tot in de 19de eeuw was hij uiterst populair, wegens de pest die tot dan veel doden veroorzaakte. Als wees gaf hij alles aan de armen en vertrok op pelgrimstocht naar Rome. Onderweg hielp hij pestlijders, tot hij zelf door de ziekte getroffen werd. Sint-Rochus is gemakkelijk herkenbaar aan de wonde op zijn dij, een gevolg van de kwalijke ziekte. Volgens de legende werd hij genezen door een engel. Bij zijn terugkeer naar zijn geboorteplaats werd hij op verdenking van spionage gevangen genomen en hij stierf in een kerker. Je herkent Rochus van Montpellier ook aan de hond die hem als trouwe gezel elke dag brood bezorgde.
Apollonia van Alexandrië
Wanneer de tandpijn niet meer uit te houden is, kan je altijd Sint-Apollonia aanroepen als ervaringsdeskundige. Apollonia was afkomstig uit Alexandrië, Egypte. Zij werd als christen vervolgd onder het bewind van de Romeinse keizer aan het begin van de 3de eeuw na Christus. Ze hebben haar gemarteld en alles geprobeerd opdat ze haar geloof zou verzaken, maar dat deed ze niet. De toenmalige bisschop van Alexandrië, Dionysius, berichtte over haar het volgende: "Ze grepen ook de bewonderenswaardige bejaarde maagd Apollonia en ze werd zo hard op de kaken geslagen dat al haar tanden eruit vielen." Ze sprong uiteindelijk zelf op de brandstapel. Het zal dan ook niet verbazen dat ze de patrones is van de tandartsen en aangeroepen wordt door mensen met tandpijn . Haar belangrijkste attribuut is een tang met daarin een tand. Ook een martelaarskroon en -palm komen voor, evenals, hoewel zeldzamer, een brandstapel aan haar voeten.
Barbara van Nicomedië
Mensen die bang zijn onverwacht te sterven, kunnen terecht bij Barbara van Nicomedië.
Ze is eveneens de patroonheilige van brandweermannen en andere gevaarlijke beroepen. Hoewel haar levensverhaal beschouwd wordt als romantische fictie, maakt het toch duidelijk waarom zij, een van de populairste heiligen uit de Middeleeuwen, bescherming biedt bij brand, bliksem en storm. Ze zou afkomstig geweest zijn uit Nicomedië, Turkije, en vermoedelijk in de 3de / 4de eeuw na Christus geleefd hebben. De legende gaat dat haar vader haar in een toren opgesloten had en haar onthoofdde omdat ze christen was, waarop hijzelf door de bliksem getroffen werd en stierf. De heilige Barbara wordt vaak afgebeeld samen met de heilige Catharina van Alexandrië. Barbara staat voor het actieve, werkzame deel van het kloosterleven, Catharina voor het spirituele.
Vaak draagt ze een palmtak en een zwaard als symbolen voor haar martelaarschap. Maar haar meest in het oog springende attribuut is een toren, aan haar voeten of in haar hand. Ze houdt ook vaak een kelk vast.
Catharina van Alexandrië
Catharina van Alexandrië wordt aangeroepen tegen het zogenaamde "katrienerad" of "katrienewiel", een soort schimmel in de vorm van een schilferige, ronde vlek op de huid. Ook bij hoofdpijn en migraine wordt haar hulp ingeroepen, ironisch genoeg omdat ze onthoofd is.
Ze zou geleefd hebben in de 3de /4de eeuw na Christus, maar meer waarschijnlijk is haar levensverhaal een mix van wonderbaarlijke legendes. Zij is dan ook geschrapt uit de officiële heiligenlijst. Christus was aan haar verschenen en had, als teken van mystiek huwelijk, een ring aan haar vinger geschoven. Volgens de legende moest ze van de toenmalige keizer, die met haar wou trouwen, haar geloof afzweren. De keizer stuurde vijftig filosofen om haar op andere gedachten te brengen, maar ze bekeerde hen allemaal. Toen ze er zelfs in slaagde het hoofd van de wacht te bekeren, veroordeelde de keizer haar tot de dood op het rad. Als bij wonder brak het rad. Uiteindelijk hebben ze haar onthoofd en in plaats van bloed vloeide er melk uit haar hals, waarmee de pest verdreven werd uit de stad. Haar dode lichaam zou door engelen naar de berg Sinai zijn overgebracht omstreeks 307. Ook in het Waasland is er een dorp dat Sinaai heet en een Sint-Catharinakerk heeft. Haar meest opvallende attribuut is natuurlijk het rad. Een martelaarspalm en een zwaard komen ook voor, evenals een witte lelie als teken van haar maagdelijkheid, een boek als teken van haar geleerdheid en een keizersfiguur aan haar voeten.
Godelieve van Gistel
Deze geneesheilige, aan te roepen bij keelpijn is geboren rond 1045 in het graafschap Boulogne en uitgehuwelijkt aan Bertolf van Gistel, West-Vlaanderen. Godelieves schoonmoeder had het niet zo op haar begrepen en verbande haar naar een boerderij, waar ze moest zwoegen en werken als de beesten. Op een nacht werd ze door een knecht gewurgd en in een put gegooid. Die put is nu het centrum van een bedevaartsoord met water dat goed schijnt te zijn voor de ogen. De officiële heiligverklaring door de bisschop van Doornik volgde enkele jaren na haar dood (1070). Omdat ze door wurging aan haar einde kwam, wordt ze ook aangeroepen tegen keelziekten. Ook mensen die opgescheept zitten met een lastige schoonmoeder kunnen zich tot haar wenden. Godelieve is daarnaast ook nog een regenheilige: regent het op haar feestdag, 6 juli, dan zal het nog enkele weken blijven regenen. "Regen op Sint-Godelieve, zal u zes weken gerieven."
In Gistel gaat nog elk jaar (sinds 1459), op de eerste zondag na 6 juli, de Sint-Godelieveprocessie uit.
Elisabeth van Hongarije (of van Thüringen)
Stakkers met eczeem en haaruitval kunnen de hulp inroepen van Elisabeth van Hongarije. Deze Hongaarse koningsdochter leefde in de 13de eeuw. Nadat haar ouders afstand van haar deden groeide ze op in Thüringen waar ze werd uitgehuwelijkt aan de plaatselijke graaf. Na de dood van haar echtgenoot trad ze in het klooster en stichtte een hospitaal. Ze verzorgde de armen en de zieken en leefde streng ascetisch, zo streng zelfs dat ze eraan stierf. Vier jaar na haar dood werd zij al heilig verklaard. Wegens haar verzorging van de zieken worden ziekenhuizen dikwijls naar haar vernoemd: het Sint-Elisabeth ziekenhuis in Antwerpen, Turnhout, Zottegem, ...
Elisabeth draagt meestal vorstelijke gewaden, een kroon en een scepter. De broden waarmee zij wordt afgebeeld staan symbool voor haar liefdadigheid. Volgens de legende verborg ze broden voor de armen in de plooi van haar rokken. Toen haar gevraagd werd te tonen wat ze verborg, vielen er rozen uit haar rokken, in plaats van broden.
Pater Damiaan van Tremelo
Dat de verering van geneesheiligen geen compleet uitgestorven gebruik is, bewijst de recente heiligverklaring van pater Damiaan. Pater Damiaan zette zich als missionaris in voor de melaatsen op het Hawaïaanse eiland Molokai, waar hij ook stierf. Hij is, naast patroonheilige van de lepralijders, ook de beschermheilige geworden van mensen die besmet zijn met HIV of die aan aids lijden. Dat is niet zo verrassend. Vele aidspatiënten en mensen met HIV baden al om steun en genezing tot hun officieus benoemde patroon vóór zijn heiligverklaring. Door Damiaan officieel tot hun patroon te maken, wou de Congregatie voor Heiligverklaringen ook gehoor geven aan de wens van paus Joannes-Paulus II om pater Damiaan te linken aan mensen met aids. Want net zoals lepra gaat aids gepaard met een enorme stigmatisering van de zieke. De congregatie wil daarmee ook duidelijk maken dat pater Damiaan niet enkel een plaatselijke heilige is, maar ook een universele betekenis heeft.
Tentoonstelling
In het Memling in Sint-Jan - Hospitaalmuseum in Brugge loopt nog tot 26 februari 2011 de tentoonstelling 'Van chirurgijns tot pestheiligen. Ziek zijn in brugge in de 16de en 17de eeuw'.
Bibliografie
Teksten: Stedelijk Museum Sint-Niklaas, SteM Zwijgershoek 2008
Jo Claes, Alfons Claes, Kathy Vincke, Geneesheiligen in de Lage Landen, Davidsfonds Leuven, 2005.
‘Pater Damiaan wordt patroon van de aidspatiënten', www.kerknet.be, 13/8/2008.
'Aidslijders worden net als melaatsen gestigmatiseerd', De Standaard, 12/8/2008.
Deze tekst kwam tot stand naar aanleiding van de opening van de opening van het stedelijk historisch museum in Sint-Niklaas, SteM Zwijgershoek, waarin een opstelling rond geneesheiligen geïntegreerd is.