Religieus Erfgoed Vlaanderen

Startpagina Religieus erfgoed Erfgoed in breedbeeld
Reünie in de kathedraal van Antwerpen

Vandaag de dag herbergt de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal in Antwerpen enkele topstukken van schilderkunst en beeldhouwwerk. Toch laat de gotische kathedraal tegenwoordig al bij al een vrij sobere indruk na. Dat was ooit anders.

Erfgoed in breedbeeld
? ? ? ? ? ?   

Het interieur van de kathedraal in de 17de eeuw

Mensen die in de 17de eeuw een bezoekje brachten aan de kathedraal, kregen een heel ander beeld te zien dan dat wat wij vandaag kennen. Ontelbare altaren van gilden en ambachten waren verspreid over de immense kerk, die maar liefst zeven beuken telt. Rondom de pijlers van de kathedraal werden minikapellen opgetrokken, bestaande uit een altaar en voorzien van zogenaamde 'tuintjes', omheiningen rond het altaar. Voor het altaarstuk koos de gilde of ambacht een voorstelling waarin ze zichzelf konden herkennen. Dat kon een Bijbels tafereel zijn, of het leven van hun patroonheilige(n). Zo kozen de wijntaverniers in 1597 voor een altaarstuk dat de bruiloft in Kana voorstelt, met als centraal gebeuren het wijnwonder. De Sint-Lucasgilde deed in 1602 een beroep op Maerten De Vos om het onderwerp "Sint-Lucas schildert de Madonna" in beeld te brengen. De wonderbare visvangst was dan weer een uitgelezen thema voor het nieuwe altaarstuk van de visverkopers eind 16de eeuw.

De geschilderde altaarstukken waren vaak drieluiken, die slechts bij speciale gelegenheden geopend werden: Kerstmis, Pasen, tenhemelopneming van Maria, het feest van hun patroonheiligen... Dat resulteerde in een voortdurende wisselwerking van open en gesloten luiken, zoals we die op bewaarde interieurzichten kunnen zien. Het altaar was ook aangekleed met beelden en kandelaars en bij feestelijke gelegenheden werden de altaren uitbundig versierd. Voor het altaar bevond zich een afsluiting, de zogenaamde altaartuin. Wanneer de mis werd opgedragen, namen de belangrijkste ambachtslieden plaats in deze tuintjes indien men niet over een eigen kapel in de kooromgang beschikte. De andere leden stonden er rond.

In de loop van de 17de eeuw stonden niet minder dan achtendertig altaren over de kathedraal verspreid. In 1559 was de Onze-Lieve-Vrouwekerk tot hoofdkerk - kathedraal - van het nieuw opgerichte bisdom verheven. Gedurende de 16de eeuw heeft het gebouw het een paar keer zwaar te verduren gehad. Niet alleen had ze te maken met een zware brand in 1533, ook de toenmalige godsdienstperikelen eisten hun tol. De Beeldenstorm van 1566 en het calvinistisch bewind vanaf 1581 zorgden ervoor dat het waardevolle interieur van de kathedraal leeggeplukt werd. Tal van kunstschatten en meubelen werden vernield, verwijderd of verkocht. Na de Val van Antwerpen keerde met het herstel van de rooms-katholieke heerschappij de rust weer. Met pracht en praal wilde de Kerk haar herwonnen kracht affirmeren. Vanaf 1585 werden alle middelen ingezet om het interieur van de kathedraal in ere te herstellen. Het stadsbestuur beval de ambachten en gilden hun altaren terug in gereedheid te brengen. Hierdoor kenden de altaren vanaf het einde van de 16de eeuw en in de loop van de 17de eeuw een ware revival. Al snel kreeg de halflege, geplunderde kerk een weelderig interieur met aan weerszijden van de middenbeuk gloednieuwe altaren in renaissancestijl en barok. Voor de inrichting werd als tevoren beroep gedaan op de beste kunstenaars van die tijd: Frans Francken, Otto Van Veen, Maerten De Vos, Peter Paul Rubens, Artus Quellinus... Oudere werken werden teruggeplaatst of kregen een nieuwe plaats. Ook gebeurde het dat altaarstukken werden aangepast om in een nieuwe altaaromraming te passen.

De tentoonstelling REUNIE. Van Quinten Metsijs tot Peter Paul Rubens

Een evocatie van hoe de kathedraal er in de 17de eeuw moet hebben uitgezien, kan je momenteel zien in de kathedraal met de tentoonstelling REUNIE. Van Quinten Metsijs tot Peter Paul Rubens. Meesterwerken uit het Koninklijk Museum terug in de Kathedraal. Hiervoor werden acht werken uit de verzameling van het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten Antwerpen (KMSKA), die vroeger in de kathedraal te zien waren, en acht werken uit het huidige kathedraalpatrimonium samengebracht. Topwerken als De bewening van Christus van Quinten Metsijs, Het gevecht van de opstandige engelen van Frans Floris en Laatste Oordeel van Barend Van Orley zijn er te bewonderen, samen met de topstukken uit de kathedraal zelf. De tentoonstelling was gepland van 5 juni tot 15 november 2009, maar wordt nu verlengd tot aan de heropening van het KMSKA. In het Museum zijn belangrijke renovatiewerken gepland die starten begin 2011 en een tweetal
jaren in beslag zullen nemen.

De huidige opstelling moet ons een idee geven van hoe de kathedraal eruit zag voor de Franse Revolutie. Het is geen historische reconstructie, maar een abstracte vertaling van de oorspronkelijke opstelling. De altaren en andere plaatsen waar de werken oorspronkelijk werden opgesteld, zijn immers in de loop van de tijd verdwenen. Wel worden de werken terug op hun historische plaats gehangen: tegen de pijlers van de kerk, gericht naar de bezoeker die door het schip naar transept en koor stapt en op hun oorspronkelijke hoogte, zo'n 270cm boven de grond. Dit zorgt voor een heel andere kijkervaring dan wanneer je de werken in een museum bewondert. De lage metalen borstweringen zorgen enerzijds voor de nodige functionele bescherming, en geven anderzijds ook een suggestie van de historische altaartuintjes.

De sobere inrichting van vandaag

De reden waarom wij vandaag dan toch geconfronteerd worden met een vrij sobere inrichting, heeft alles te maken met de gebeurtenissen zo'n 200 jaar later. In 1794 veroverden de Franse revolutionairen onze gewesten, en alweer werd de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal geplunderd en ernstig beschadigd. Topstukken, zoals de meesterwerken van Rubens, werden weggevoerd naar Parijs, andere werden gereserveerd voor de uitbouw van een museum, maar ook veel kunstwerken werden verkocht. Veel van de toen geconfisqueerde kunstwerken zijn nooit naar hun oorspronkelijke plaats teruggekeerd. We staan er vandaag niet altijd bij stil, maar de grote meerderheid van de kunstwerken die we gaan bewonderen in de talrijke musea, zijn losgerukt uit hun originele context en hoorden eigenlijk elders thuis. Daarom is de REUNIE-tentoonstelling, die ons op een unieke manier voeling geeft met hoe het ooit moet geweest zijn in de kathedraal, zeker een bezoek waard. De tentoonstelling biedt ons bovendien een les in de kunstgeschiedenis, met een uitgelezen overzicht van de religieuze schilderkunst van de Antwerpse meesters en hun ateliers in de 16de en 17de eeuw.

Praktisch

De tentoonstelling REUNIE. Van Quinten Metsijs tot Peter Paul Rubens. Meesterwerken uit het Koninklijk Museum terug in de Kathedraal is dagelijks geopend van 10 tot 17 uur, op zaterdag van 10 tot 15 uur en op zon- en feestdagen van 13 tot 16 uur (Wijzigingen mogelijk omwillen van begrafenis of huwelijk). Meer info via www.dekathedraal.be.

 

Bronnen:
- Claire Baisier, 17de-eeuwse interieurzichten van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal, TOPA-voordrachten, 26 mei 2009
- www.dekathedraal.be/nl/tentoonstelling/meer_info.htm, 27 juli 2009
- Koen Van Synghel, REUNIE scenografie: architect Koen Van Synghel, 1 juni 2009.
- Hans Devisscher, REUNIE. Van Quinten Metsijs tot Peter Paul Rubens. Meesterwerken uit het Koninklijk Museum terug in de Kathedraal. Bezoekersgids, Antwerpen, 2009.




Identificatie
©2010 CRKC en ICOLEIS | Colofon