|
||||||||||
![]() ![]() |
Mijn klein Jeruzalem. Heiligendevotie in het bisdom Gent
In 2009 is het 450 jaar gelden dat paus Paulus IV met de bul Super Universas drie nieuwe aartsbisdommen in de toenmalige Nederlanden oprichtte: Utrecht, Mechelen en Kamerrijk. Bij die gelegenheid werd ook enkele nieuwe bisdommen in het leven geroepen, waaronder de bisdommen Brugge, Antwerpen en Gent. Erfgoed in breedbeeld Jeruzalem? in de crypte? Elke tentoonstelling heeft een ruimtelijke structuur nodig, waarin de vele voorwerpen in een bepaalde orde een plaats krijgen, die de bezoeker in het thema introduceert en er een bevattelijk en consequent verhaal van maakt. De locatie zelf, de crypte van de Sint-Baafskathedraal, gaf al onmiddellijk een idee van ruimtelijke structuur. In het westelijke deel van de Romaanse crypte bevinden zich enkele interessante muurschilderingen, die onder meer de thema's uit de passie van Christus voorstellen en ook heiligen. Men dateert de schilderingen tussen 1480 en 1540, periode waarin hier een Heilige Grafkapel was ondergebracht. De verering voor het Heilige Graf van Jeruzalem vindt haar oorsprong in de ontdekking van het graf van Christus door de heilige Helena (326-335). Haar zoon, de Romeinse keizer Constantijn, liet op die plek een basilica bouwen. Een bezoek aan de Grafkerk vormde een vast onderdeel van elke bedevaart naar Jeruzalem. Weer thuis zetten de bedevaarders zich in om de devotie tot het H. Graf ook hier ingang te doen vinden en de bouw van Grafkapellen te bevorderen. In de Sint-Janskerk (de voorloper van de kathedraal) was er al sprake van een devotie tot het H. Graf in het jaar 1000. Lausus, een rijke Gentenaar die samen met Poppo van Deinze, abt van Stavelot, de reis naar Jeruzalem had ondernomen, financierde toen de bouw van een nieuwe Sint-Janskerk in Gent en stichtte er een devotie tot het H. Graf. Aanwijzingen van een Heilige Grafdevotie uit de late 15de eeuw in de crypte moeten gezien worden in de context van de verdieping van het geloof door het overwegen van het lijden van Christus. Een bezoek aan de heilige plaatsen in Jeruzalem was daartoe een uitstekend middel, maar was slechts voor enkelingen weggelegd. De meeste gelovigen moesten genoegen nemen met voorstellingen van passiescènes. De heiligen die hier in de crypte zijn afgebeeld, werden vooral door bedevaarders vereerd. Zoals de Grafkapel de bezoekers moest begeleiden bij hun meditatie over het lijden en de dood van Christus, zo moest het voorbeeld van de heiligen en martelaren de gelovigen aanzetten tot navolging. Voor de gelovigen, die zich tot de heiligen richtten voor enig soelaas, was hun devotie ook een beetje een "Jeruzalem", een spirituele oase waar ze even mochten hopen op een luisterend oor en een straaltje hemels geluk. Jeruzalem in de crypte dus... Mijn klein Jeruzalem: de tentoonstelling In een eerste deel wordt de praktijk van de heiligendevotie hier te lande, en specifiek voor Oost-Vlaanderen, getoond. Kerkelijke rituelen en devotionele handelingen worden in de kooromgang van de crypte in beeld gebracht. Devotieprentjes, litanieën, bedevaartvaantjes, ex-voto's, penningen en medailles, devotiekaarsen, affiches, gildeboeken en broederschapslijsten... een hele waaier van voorwerpen en activiteiten komen aan bod. Het zijn voorwerpen die ook vandaag nog deel uitmaken van de devotie voor een bepaalde heilige. Een zijkapel is uitgerust met een flatscreen waarop enkele filmpjes tonen hoe heiligendevotie ook vandaag nog beleefd wordt. Het verhaal van het hemelse Jeruzalem, zoals de evangelist Johannes het beschrijft in het boek Openbaring, is het leidmotief van het tweede deel van de tentoonstelling, dat opgesteld staat in het Romaanse deel van de crypte. In het boek Openbaring, het sluitstuk van het Nieuw Testament, beschrijft Johannes hoe het "Lam" (de gestorven en verrezen Christus) het koninkrijk Gods op aarde vestigt. Uit de hemel daalt een nieuw Jeruzalem neer, van ongekende schoonheid, waarin de "uitverkorenen van het Lam" allen hun plaats krijgen in Gods eeuwigdurende schoonheid. Al in de middeleeuwen gaven kunstenaars hun interpretatie aan die neergedaalde Godsstad. Veelal is dat hemelse Jeruzalem een ommuurd vierkant uit kostbare materialen, waarin Christus of het Lam Gods centraal geplaatst wordt, omringd door uitverkorenen. Dit "hemels" ontwerp leek een goed uitgangspunt als plan voor de tentoonstelling en leidde tevens naar een mogelijke opstelling voor de voorwerpen. Dat hemelse Jeruzalem wordt immers bevolkt door de "uitverkorenen van het Lam", waar dus ook Oost-Vlaamse heiligen toe behoren. Heiligen uit de Nederlanden De heiligen worden er onder de vorm van reliekschrijnen, beelden, schilderijen e.a. voorgesteld. Een eerste groep heiligen heeft een duidelijke band met onze streken. Zij hebben op soms ingrijpende wijze de samenleving beïnvloed. Twee van hen zijn bisschoppen, Eligius en Amandus, die in de 7de eeuw door hun bekeringswerk Vlaanderen hebben gekerstend. Heiligen-martelaren Een tweede groep heiligen is afkomstig uit het Laat-Romeinse Rijk. Van de 2de tot de 4de eeuw kende het Romeinse rijk herhaalde periodes van christenvervolging. De slachtoffers van deze vervolging werden door de jonge Kerk herdacht en hun graf was vaak voorwerp van verering. De heiligendevotie als handeling vond hier haar oorsprong. Het relaas van hun martelaarschap werd vaak opgetekend en in de loop van de tijd werd de manier waarop ze ter dood waren gebracht, aangedikt tot ware gruwelverhalen, die hun dood uitvergrootten tot indrukwekkende lijdensoffers. De heiligen uit deze periode zijn dus martelaren. Hun cultus raakte ook in onze contreien verspreid. Heiligen die tot deze groep behoren zijn onder meer: Antonius Abt, Apollonia, Barbara, Blasius en Cornelius... Heiligen uit de bijbel Deze groep omvat enkele "speciale" heiligen. Job en Johannes de Doper werden eigenlijk nooit heilig verklaard, d.w.z. niet door een paus of niet door bisschoppen. In hun geval werden ze eigenlijk door de gemeenschap bij algemene concensus als heilige aanvaard. Hun aanwezigheid in de Bijbel en de rol die ze daar spelen staan garant voor hun heilig zijn. Jakob de Meerdere is één van de apostelen en daardoor impliciet heilig. Niemand van de apostelen werd ooit door mensen heilig verklaard, maar dat de grondleggers van de Kerk niet heilig zouden zijn, was voor niemand voorstelbaar. De verering van Onze-Lieve-Vrouw De laatste groep zijn diverse beelden van "Oost-Vlaamse" Onze-Lieve-Vrouwen. Maria, de moeder van Gods, is belangrijker en invloedrijker dan welke heilige ook en is onbetwistbaar de meest aanroepen en meest vereerde van de gelukzaligen. Haar voorkomen als een moederfiguur sprak de mensen aan. Maria werd hun hemelse moeder, die het voor haar spirituele kinderen opnam. In de wereld, waarin het christendom ontstond en groeide, waren ook vrouwelijke godheden belangrijk. Het ontbreken van het vrouwelijke element in het concept van het goddelijke moet zelfs heel wat christelijke bekeerlingen vreemd en onwaarschijnlijk voorgekomen zijn. De verering van Maria heeft die leemte voor een goed deel opgevangen. De opgang voltooid De voltooiing van de heilsgeschiedenis culmineert in de verlossing door de dood en de verrijzenis van Christus. Onze-Lieve-Vrouw van Lede met haar overleden Zoon op haar schoot, is het eindpunt van een symbolische bedevaart langs de heiligen, die zolang werden en worden vereerd in het bisdom Gent. Het "kleine Jeruzalem", allegorie voor eeuwen heiligendevotie, is daarmee voltooid. Nog meer heiligendevotie: een nieuwe Kleine Cultuurgids Liever dan een wetenschappelijke catalogus uit te brengen over de tentoongestelde stukken of een lijvige studie over de historische achtergrond van de oprichting van het bisdom, koos de Provincie Oost-Vlaanderen voor een nieuwe Kleine Cultuurgids, die het verhaal brengt van hoe de gewone man en vrouw aankeken/aankijken tegen de katholieke vroomheid: de "histoire religieuse" dus, eerder dan de "histoire d'église". Al eerder nam het provinciebestuur van Oost-Vlaanderen het initiatief om dat aspect van onze cultuurgeschiedenis onder de aandacht te brengen. In 2005 liep, in samenwerking met lokale actoren uit Nevele, het project "Doorleefd mysterie". In die tentoonstelling en bijbehorend boek kwamen de thema's "sacramenten" en "volksdevotie" aan bod aan de hand van kunstschatten uit de zes parochiekerken van Groot-Nevele, aangevuld met stukken uit privé-bezit. Ook nu staat het erfgoed centraal: middeleeuwse cultusplaatsen voor populaire heiligen, fraaie Mariakapellen en pittoreske bidplaatsen als uiting van het 19de-eeuwse katholiek réveil en zelfs moderne kapellen passeren de revue. Maar ook de zwarte bladzijden komen aan bod: de godsdiensttroebelen, de Franse Revolutie tot de teruglopende kerkgang van vandaag... Een groot deel van dit boekje is gewijd aan kapellen en kapelletjes in Oost-Vlaanderen. Zij speelden een prominente rol in het leven van onze voorouders en ook vandaag zijn het nog gegeerde pleisterplaatsen zowel voor gelovigen als voor niet-gelovigen. "Heiligendevotie in het bisdom Gent", laat je opnieuw kennismaken met de fascinerende wereld van volksgeloof in Oost-Vlaanderen: over Mariabeelden die op mysterieuze wijze werden gevonden, over het offeren aan heiligenbeelden en het verdienen van aflaten, over ongeneeslijke ziekten en het drinken van gewijd bronwater, over bedevaarten en kapellen. Al die aspecten hebben het leven van vele generaties beïnvloed en spreken tot op vandaag nog tot de verbeelding. Zij lieten ook kostbaar erfgoed na, zowel architecturaal, cultuurhistorisch als spiritueel. Met deze publicatie, van de hand van de gerenommeerde historicus dr. Johan Decavele, zorgt het Oost-Vlaamse provinciebestuur ervoor dat dit erfgoed niet uit het collectieve geheugen verdwijnt. Praktisch Publicatie Johan Decavele, Heiligendevotie in het bisdom Gent, Gent, 2009. Tentoonstelling Mijn klein Jeruzalem Meer info - Conceptnota van de tentoonstelling (J. De Zutter). |
|||||||||
|
Identificatie |
©2010 CRKC en ICOLEIS | Colofon | |||||||||